vorige pagina

 

01geen

GEEN STERVELING ZAL GOD ZIEN … EN TOCH GELOVEN.

 

Geen sterveling kan God zien of horen. Overpeinzingen in een hoge kerkruimte. Waarom dan de opbouw van deze hoge ruimten? Nooit zal Gods stem hier hoorbaar tot ons neerdalen, ook al is een kathedraal nog zo hoog.

 

God bestaat in onze ‘verbeelding’ al eeuwenlang, ‘Zijn’ Stem en ‘Zijn’ Gelaat heeft stilte aangenomen, eeuwige stilte, ‘durende’ stilte, dat ons mensen heeft gevormd tot ‘gelovigen’ die in huizen en tempels ‘hun’ God eerbied betonen, offers brengen en gebedsdiensten beoefenen.

 

Zij hebben die eeuwige ‘stilte’ in de ‘geest’ vertaald door te luisteren naar ‘Zijn’ woord en ‘Zijn’ Stem, en deze omgevormd tot een eeuwigdurend gebed.

 

“God” is een taal die door de ‘geest’ tot ons spreekt, en door ‘verbeelding’ is het mogelijk geworden, Gods stem te horen, te proeven, en te horen spreken, in een taal dat voor ‘ieder’ die er oren naar heeft, verstaanbaar en hoorbaar is, zelfs ‘zichtbaar’ voor het ‘derde oog’ (intuďtie of gave) dat aan sommige mensen gegund is.

 

Geen sterveling kan God zien of horen. Wel, zich verbonden weten met de stilte van het onuitgesproken woord, ervaarbare stilte, zichtbare stilte, aanwezige stilte, ‘ruimte’ voor liefdeskracht.

 

Omkeerbaar en wederkerig is het, werkelijke wezenlijkheid, aanwezig in ieder van ons, tot in de kleinst ontkiembare werkelijkheid van ons veelvormige bestaan, dat organisch leven heet. Ontstaansmacht of kracht dat tot liefde leidt, dat mensen en levende organismen tot liefdescontacten beweegt, en de mens boven de ‘dualiteit’ van zijn ‘geslachtelijkheid’ wil uittillen.

 

Het is de ‘mens’ die God heeft ‘opgericht’ boven de wereld en mensenmassa uit, de mens heeft ontstaanswerkelijkheid’ … ‘verheven’ tot “Godheid” dat sterk verankerd in “liefdeswerkelijkheid” de mens verleidde door ‘geest’ en ‘overtuigingskracht’ tot ‘minnespel’, dat boven lust en hartstocht wordt uitgetild tot een ‘heiligend’ boven de ‘zintuiglijkheid’ uitstijgende werkelijkheid,

 

Deze ‘Geest’ die mensen voeding geeft in liefdeswerkelijkheid, stijgt uit boven de werkelijkheid van het lichamelijke en het menselijke gebaar. Door ontmoeting en zuivering[=]loslaten, is er de groeibaarheid in ontvankelijkheid, van het ‘zichtbare’ en het ‘onzichtbare’, in tederheid, in raakbaarheid en contacten. Door ‘daden van liefde’ en leerzaamheid, wordt die ‘geest’ ondersteund door de pijlers; geloof – hoop – liefde – als eeuwig draagvermogen.

 

Als wij bidden …

Kan God ons dan wel antwoord geven? Even zonder dollen, wat betekent dat dan als mensen zeggen, ik ben door God geraakt, God heeft mij antwoord gegeven. Wat is dat sturende, antwoordende, raadgevende, levende woord of influistering van God?

 

Is het een metafoor als mensen dit zeggen of schrijven, beeldspraak dat ergens op lijkt of een bedoeling heeft? Of wijzen ‘mensen’ of hun ‘gedachtengoed’, ons in ‘wijsheid’ de goede weg, geven ‘zij’ ons raad met hulp van de ‘geest’ die in bovenwerelden aanwezig is, en in ons bewustzijn binnenkomt en ontvangen wordt, als wij er open voor staan?

 

Ik kan me er geen voorstelling van maken, ja ik kan me wel iets verbeelden, meer dan dat, maar is dat een antwoordt op de vraag spreekt God tot ons zoals de God van de Bijbel ons dat verteld, of rechtstreeks vanuit zijn walhalla? Wij verbeelden het ons dat er een Machtige All/Beheerder bestaat die ons stuurt en raadgevingen geeft, ons bijstaat tot in de dood, ons geruststelt, en vertrouwen geeft. Maar wat is er van waar, of willen we gewoon doorgaan met voor ons dit geruststellende gegeven, dat het door God wel goed komt?

Misschien is het toch verstandiger, en zelfs mystieker of spiritueler te geloven dat “wijsheid” ons begeleid, aanspreekt, raad geeft. En ‘wijsheid’ door mensen uitgesproken en doorgegeven, is net zo wereldomvattend, en van onschatbare waarde als ‘Universele liefde’ dat voor ons is. God zien als een gezamenlijk richtpunt of trefpunt, verzamelpunt, van Alpha naar Omega [voltooiing]. Als we dat blijven doen, ontstaat er een spiritueel krachtveld die alle grenzen slecht, en geen belemmeringen meer kent, door ongeloof of weerstand, het is iets waar ‘iedereen’ aan mee kan doen.

 

Christus is ons daarin voorgegaan, Hij begreep al dat wij het ‘zelf’ moeten doen, daarbij gaf hij ons raad door Zijn Woord, Hij gaf zijn leerlingen voorbeelden en aanwijzingen, ‘Hij’ deed dat op een zodanige wijze, dat zo overtuigend en heilzaam was voor mensheid, dat het tot een wereldkerk heeft geleid. En het spirituele gedachtengoed dat zoveel wijze mensen, ons na Christus hebben achtergelaten, mogen wij niet gaan bewaren als historisch gedachtegoed. Wij dienen deze spirituele en wetenschappelijke wijsheid van het christendom, een nieuwe plaats te geven in de wereld van vandaag.

 

Anthoon - Titus Brandsma Gedachtenis-Kerk

Nijmegen 2010-07-08