vorige pagina

[27.]

“Levende vlam van liefde”

Strofen die de ziel dicht in een toestand

van innige vereniging met God brengen,

de zielsgeliefde Bruidegom.

 

O laaie Vlam van liefde!

O Gij die teder wondlekt,

mijn ziel in 't allerdiepste van haar midden!

Nu Gij niet meer doet huiv'ren,

voleind nu, als 't Uw wil is,

en scheur de sluier van dit zoete treffen.

 

O zoet en helend schroeien!

O Heerlijke verwonding,

O zachte hand! O licht en fijn beroeren,

dat smaakt naar eeuwig leven

en alle schuld vereffent:

Dodend hebt Gij de dood verruild voor leven!

                                                                    

O vuur, gelijk aan lampen!

Bij welker glanzend schijnen,

de afgronddiepte krochten van de zinnen,

dat donker eerst en blind was,

met ongekende schoonheid, daar

aan hun Beminde licht en warmte geven.

 

Hoe zacht en hoe vol liefde!

Ontwaakt Gij in mijn boezem,

waar Gij in het geheim, alleen, verblijf houdt;

en door uw heerlijk ademen,

vol welzijn en vol luister,

wekt Gij, hoe teder en hoe fijn, mijn liefde!

 

Juan de La Cruz