UIT HET INNERLIJKE RIJK.
Tot gaans bereid.
Leer stil zijn, leer niets doen. ‘t Geheim der sterken school altijd daarin, dat zij zich instelden op lange drachte’ en intoomden, d’ onstuimige dadenzin.
Niet ’t wachten der praatgragen zij het onze, die, sprekend, aldoor over wat zal zijn, intussen inslurpen, als grage sponzen, met lijf en ziel den heetten levenswijn,
Maar ’t dadenrijke wachten, van wie ‘makend’ wachten, zichzelven én het levensveld anders makend, wie niet uitstellen het ontwaken tot een bazuingeroep dat door de heuvlen zwelt.
Zij, voor wie alle dage’ en alle uren de eeuwigheid breekt door den tijd, en die houden aldoor bij de kampvuren zwijgende wacht, te gaan bereid.
Zijn het: Stille bekken.
Gij dan, vul uw harten uit het stille bekken der eenzaamheid, met vastheid, liefde en rust en keer niet terug naar de mensen's kust, eer deze krachten u geheel doortrekken en hun werken in u, u werd bewust.
Keer niet, eer ge van uzelf kunt geven en blijven even rijk, hoeveel ge ook geeft. Daden zijn golven, die opkomen, en even staan, dan terugzinken’ in het leven,
Maar gij zijt de mens, die achter daden lééft.
Gij zijt de grond, waarin rusten’ al uw daden; de zee, waaruit hun golfslag komt gerezen; het knooppunt, waarin hun veelkleurige draden samenkomen. Ze zijn om u een wade, zich plooiend naar den grondvorm van uw wezen.
Henriëtte Roland Holst
Meer lezen? Klik hier: 'alleen maar liefde' Jacque Brel